Even kijken hoe hoog het water nu nog staat. Er is een behoorlijk stukje grasveld onder water komen te staan. Daarboven zwemmen nu eendjes. Heel raar om te zien als je een ander plaatje gewend bent.
Van horen zeggen: men zou al abseilend onderhoud gaan plegen aan het flatgebouw de Sequoia in Dordrecht. Al winkelend heb ik om die reden even mijn camera meegenomen. En ja hoor, daar bungelen ze. Ze hebben de klus nog niet geklaard, dus dit schouwspel zullen meer mensen binnenkort kunnen ontdekken.
Dat een Sequoia eigenlijk ook een boom is, dat weet ik sinds ik van gitarist Harry Sacksioni het nummer “Meta Sequoia” speelde, want als het goed is vraag je je dan af wat de titel betekent. Er was toen nog geen internet.
Verder krijg ik inmiddels nogal wat last van “beroepsdeformatie”, ik zie in deze foto ineens een overeenkomst met een akkoord voor een ukelele. Waarschijnlijk klinkt dat akkoord niet zo mooi, maar ik kan dit nu niet uitproberen want ik bezit zo’n snarenwondertje niet.
Een klein oud stapeltje papier, men wilde het weg doen. Iemand anders zag er wel iets in: de boekverkoper. Het kleine grauwgrijze stapeltje in A5 formaat moest 55 euro opbrengen. De inhoud was wel grappig om even in te kijken, vooral wat betreft het oude taalgebruik, maar het betrof geen echte toevoeging voor mijn boekenkast. Het stamde wel uit 1856 en ik heb het even mogen vasthouden. Een aanwinst voor de echte liefhebber dus. Het zou niet misstaan bij iemand die iets heeft met de geschiedenis van de stad Dordrecht … (en ja, ik weet het kraamnummer nog)
Andere oude kost die ik vond, betrof eigenlijk oud papier, ik mocht het zo meenemen: oude bladmuziek. Daar zag ik wel iets in. Bewerkingen van de popmuziek van toen: het chanson “Longtemps” van Charles Trenet, met nog een voorblad van zijn gedrukte versie erbij. En verder waren er nog vele andere oude muzieknoten, vergeeld, muf. Als je eraan voelt, dan merk je dat de muzieknoten echt gedrukt zijn: er is hoogteverschil in het papier. Ik ga het binnenkort allemaal eens uitzoeken.
Er gebeuren ook financieel rare dingen: ik had net een erg mooi boek gekocht voor € 17,50, krijg ik datzelfde boek in een andere kraam ineens aangeboden voor 5 euro. Slik, er stond 15 euro in het boek geschreven. Foutje, zei de man, ik bedoelde eigenlijk 8 euro. Het boek was nogal wat bleker aan de buitenkant dan mijn zojuist aangeschafte exemplaar, waar ik toch gewoon blij mee ben. Maar kijk uit, het is me zelfs al een keer overkomen dat een boek tweedehands meer kostte dan een exemplaar, dat later beschadigd (al dan niet expres) in de Ramsj lag.
Het lijkt me belangrijk voor bezoekers om iets meer te weten over een foto. Bijvoorbeeld in welke plaats dit ene gebouw staat. Of als de foto erg vervreemdend werkt, wat het is. Maar weet je ook dat fototitels worden voorgelezen door speciale programma’s hiervoor, speciaal voor visueel gehandicapten? Ik wist dit niet, totdat ik een boek over WordPress las. Nu weet je het ook. Het zou fijn zijn wanneer ook mensen met minder goede ogen kunnen genieten van een verhaal met een voorgelezen foto. Titels onder foto’s schrijven is een kleine moeite. Speciaal voor bloggers: wat je invult bij “Title”, dat wordt zichtbaar als je boven de foto gaat hangen, wat je invult bij “Alternate Text”, dat wordt voorgelezen.
It seems important to me for visitors to know a little more about photos. For example in what place this one building is located. Or in case a photo has an alienating effect, what it is. But did you know titles of photographs are being read by special programs, especially to the people with visual impairment? I didn’t know, until I read a book about WordPress. So now you know too. It would be nice if people with less good eyesight can enjoy a story with a photo title read to them. Writing titles isn’t so much trouble. Specially for bloggers: filling in the box “Title”, this becomes visual as soon as someone is scrolling above the picture, filling in the box “Alternate Text” this is being read.
Onlangs heb ik een boek over WordPress gelezen. Daarmee is deze blog gemaakt. In het boek staat een voorbeeld van een site bouwen. Daarna staat erin hoe dat anders kan. En daarna is er nog een versie. En verder wordt erin uitgelegd wat daarbij zoal komt kijken. Gelukkig ben ik zelf al op weg geholpen met deze blog. Daardoor had ik dit boek niet echt nodig, al heb ik er wel van geleerd. Maar voor wie er meer over wil weten is dit de titel: Flexibele websites en blogs met WordPress. Er bestaat ook nog een boek WordPress voor dummies. Die titels met dummie erin spreken me op de een of andere manier echter nooit zo aan … Ik kan er dus niets over zeggen, want ik heb het niet gelezen.
Waar je wel tegenaan kunt lopen bij een blog maken, is onvoldoende kennis hebben van de opmaak van een artikel. Als ik bijvoorbeeld een foto wil met een tekst ernaast en eronder, en vervolgens ditzelfde nog drie keer wil herhalen zoals ik gedaan heb in mijn post “Het Strijkijzer”, dat zou me niet gelukt zijn met alleen witjes met behulp van de enter toets. Nu is dit opgelost door tabellen te maken. Niet door mijzelf. Wil je dit zelf kunnen, dan ga je je verdiepen in HTML en CSS.
Van dit gebeuren wist ik wel af, maar ik ben er nooit eerder geweest: het Groot Gitaar Gala in Barendrecht. Honderdvijftig leerlingen met dit snarenwonder. Leuk om er nu eens bij te zijn. Want wat is nou mooier dan een gitaar? Meer gitaren! Wat het verschil is met andere optredens: Ik heb helemaal geen storende geluiden gehoord, geen te valse gitaren of dat oorverdovende geluid dat vaak voorkomt bij mensen die niet om kunnen gaan met versterkers. (Ja, skwieieiek, dat snerpende, doordringende geluid waar je je oren liever even voor afsluit.) Ook de geluidsman heeft zijn werk goed gedaan. Complimenten, collega’s! Dit soort vakmanschap ontbreekt vaak, vooral buiten, waardoor ik meestal geneigd ben om luide optredens te mijden. Wat ik grappig vond, is de aanwezigheid van die oplichtende schermpjes in het publiek: als je achterin en bovenin zit, dan zie je precies welke broertjes, zusjes, nichtjes of neefjes, buurjongetjes of buurmeisjes er tegelijkertijd fijn hun spelletjes zitten te spelen. Of zitten te SMSsen. Betrapt!
Een kijkje nemen in het Nationaal Onderwijsmuseum in Rotterdam is pure nostalgie. De inktpotjes hadden wij in mijn schooltijd nog wel in de banken maar die werden toen al niet meer gebruikt. Ook Aap Noot Mies was al van voor mijn tijd. Waarschijnlijk heb ik de schoolplaten van Cornelis Jetses en van M.A. Koekkoek ook pas later leren kennen. Wel hadden we in ieder geval aardrijkskundeplaten met Hoogezand-Sappemeer erop. Dit betekent nog steeds niets meer dan een naam, die me niets zei en die me nu alsnog intrigeert. Misschien moet ik er eens naartoe. Waarom anders onthoudt een mens zoiets nog steeds? Al die gekleurde platen met tekeningen erop van de natuur vond ik wel altijd al erg mooi. Vooral de schoolpaat “In sloot en plas” herinner ik me goed.
Wat ik wel eens zou willen weten en wat ik nog nergens lees, is het gedrag van de EHEC bacterie als je hem gekookt hebt of als hij in aanraking komt met bijvoorbeeld azijn. Overleeft deze enge bacterie dit? In plaats van al die komkommers en tomaten nog steeds onnodig te vermijden zouden we dan alvast van de zomer probleemloos Gazpacho kunnen eten. Daarin gaan in elk geval behalve andere dingen ook komkommer en tomaten. Als je die goed doorgekookt zou hebben en daarna weer laat afkoelen dan heb je de basis voor die koude Spaanse soep. Gelukkig zijn de tomaten en komkommers inmiddels weer veilig verklaard. Nu nog een Gazpacho-recept erbij doen, telers. Voor al die te bange mensen. En een antwoord op die EHEC vraag zou ook wel fijn zijn.
We zouden gisteren de opera Eise over planeten mee gaan maken, terwijl er een totale maansverduistering tijdens volle maan zou plaatsvinden. We hebben het moment van de totale verduistering daardoor gemist, omdat we nog onderweg naar huis waren. Door de bewolking was het verschijnsel toch al niet zo goed te zien in Nederland. De foto werd genomen om 23:40. De aarde schuift voor het oog steeds verder voor de maan vandaan.
Gisteren zijn we naar de opera geweest. De locatie van deze opera is wel heel bijzonder: de opera werd gezongen en gespeeld op een schip in Rotterdam. Dit schip, zeesleper de Fighter, ligt momenteel in de Schiehaven een podium te zijn.
Waarover gaat deze opera: over Eise Eisinga, die het heelal in zijn huis had verbeeld. Zijn vrouw Pietje was hierover wat minder enthousiast. Zie verder ook op de site van deze opera
Meer over Eise Eisinga zie je in het Planetarium in Franeker. Dat was namelijk zijn huis.
Vroeger dachten mensen ook wel eens dat de wereld zal vergaan. Vooral bij een aanstaande conjunctie van planeten. Maar er gebeurde dan helemaal niets. Leuk toeval is dat er gisteren net die totale maansverduistering was, ook al hebben we het daar niet kunnen zien.
Behalve van echte operazang en slagwerk, is er ook sprake van een snarenwonder bij deze opera. Of je met snarenwonder nu de harp bedoelt of wie erop speelt, wonderlijk is het sowieso, om op deze locatie muziek te horen. En nu vooral maar hopen dat het niet regent tijdens de volgende voorstellingen.
Altijd leuk is het om even ergens te kijken waar je normaal gesproken nooit komt. We gingen door een open hek, keken -op eigen risico- nieuwsgierig wat rond en zagen wat verroeste olievaten. Ik twijfelde of ik daar een foto van zou nemen, maar toen ik me omdraaide zag ik een leuker onderwerp. Vooral omdat we door dat open hek waren gekomen en omdat dat op een zondag was. Wel zo effectief, dat bord
Zoals elke echte reiziger weet, je hoeft niet ver van huis om de wereld te ontdekken. Deze foto nam ik in februari 2008 in de buurt van het Station Rotterdam Centraal. Om te vernieuwen is soms ook afbraak nodig. En wie zet dat nou op de foto? Nou, daarom juist. Een andere Nederlandse versie van regionale verkenners zijn de Stadswandelaars. En laat mijn pad nou onlangs gekruist zijn geworden door…jawel, echte stadswandelaars! In de stedelijke omgeving is van alles te beleven en er bestaan mensen die er nog over bloggen ook. Zij bewandelen niet altijd de geijkte paden en hebben oog voor dingen die niet iedereen ziet. Neem een kijkje op www.stadswandelaars.nl en je kijkt mee door het oog van de camera van stedelijke verkenners. Kom erachter wat zij zoal beleven en wat hen bezig houdt. Wat ik er leuk aan vind is bijvoorbeeld hoe je alternatief je roggebrood kunt beleggen, een stedelijke kruidentuin, een oude wasserij die ik nog steeds niet heb gevonden (maar ik heb nog niet goed gezocht), leuke links en natuurlijk vooral Urbex fotografie op rare plekken.
Flamenco-gitarist Erik van Goch speelt hier tijdens de Zomersymfonie in het Merwestein-park. Maar het is al voorbij. En ik heb wel een foto, maar geen geluidsopname gemaakt. Dat bedenk ik nu pas, want ik was aan het luisteren. Hij speelde behalve flamenco-muziek ook nog wat andere stukken, waaronder veel eigen composities en ook eigen bewerkingen. Het was op dat moment nog niet zo druk maar er kwamen wel steeds meer mensen luisteren. En terecht. Heerlijk om weer eens even een echte gitarist te horen.
We kennen elkaar nog van vroeger en hebben daarna nog even nagepraat, waaronder over spelen in de trein. En over flamenco-studenten die ten tijde van het oude Rotterdams Conservatorium in het gebouw overal gingen zitten spelen. Ja, dat was zo. Leuk eigenlijk. Dat deden klassiek gitaar-studenten eigenlijk niet. In een Duitse trein heb ik zelf ook wel eens gespeeld, ter hoogte van Düsseldorf geloof ik, maar dat was een nachttrein en ik had de coupé toen voor mezelf alleen.
Blijven spelen, Erik, we hopen je nog eens ergens te horen! En wat mij betreft, het mag ook best in een park zijn.
De restauratie is achter de rug. Jammer dat ik niet meer weet hoe deze ruïne er uitzag voor het herstel. Ik ben er te lang niet geweest. Er staat nu een bord waarop je over dit optrekje van alles lezen kunt. Ook over wat er gevonden is. Momenteel is er een expositie in het Hof over de geschiedenis van dit gebouw. Deze expositie heet “Riddersporen”. Zie verder ook op www.huistemerwede.nl |
Er is daar ook een blokfluitje gevonden van voor 1421. Het is in ieder geval gemaakt van fruitbomenhout, men vermoedt van het hout van een pruimenboom. Onderaan is sprake van dubbelboring, zodat zowel linkshandig als rechtshandig op dit fluitje gespeeld kon worden. Helaas laat mijn fotootje die onderste gaatjes net niet zien. |
Daar in het Hof wordt o.a. een man geprojecteerd aan een tafel met een buffet ( rechtstreeks uit de Middeleeuwen lijkt het wel, gezien het feit hoe onsmakelijk hij zijn kippepootje zit te eten).
Er werd mij verteld dat die noppen op het gevonden groenige drinkglas speciaal daarop zitten, zodat dat glas niet uit je handen glipt, voor het geval je vette vingers hebt, bijvoorbeeld door het eten van kippepootjes. Zo’n glas is daar echt te zien en ook wordt er veel keramiek tentoongesteld dat toen gebruikt werd. Later ben ik ergens geweest waar ik iemand sprak die aan archeologie doet. Daar waren ook o.a. die groenige glazen te zien en dat verhaal van die noppen kreeg ik daar bevestigd. Het is dus waarschijnlijk wel waar. Deze foto nam ik bij de afdeling archeologie, in het Hof is het glas dat tentoongesteld wordt namelijk nog heel. |
Boodschappen doen in Nederland is best onlogisch. We hebben hier een bakker. Dan zou je verwachten, dat is een brood- en banket-specialist. Maar dat betere biologische brood, dat haal ik niet bij de bakker, maar bij de drogist. We hebben hier ook een groenteboer. Dat is toch een specialist in het groenvoer, dat een mens zoal eet. Best wel raar is het dan ook, dat ik voor biologisch geteelde groente naar de supermarkt moet, of een wekelijks pakket kan bestellen, alweer bij de drogist. We hebben hier ook een slager. Dan zou je toch denken dat is een specialist in vlees. Voor biologisch vlees moet ik toch naar de supermarkt, die ene keer dat ik dat nog eet. Vleesvervangers hebben ze wel bij de supermarkt, en bij de drogist. Eitjes? Volkomen biologisch-dynamisch? Bij de drogist. Je zal hier maar komen wonen, vanuit het buitenland. Nederland is verre van logisch.
Het is overal: Ples-stik. We zijn ermee opgegroeid. Je kan het zo gek nog niet bedenken of het is ervan gemaakt, in allerlei soorten. Aantrekkelijke, kleurrijke speelgoedwinkels zijn er nog steeds vol van: van Ples-stik.
Maar dat is nog niet genoeg: Je krijgt ook gratis ples-stik speelgoedjes bij je boodschappen. Deze week alwéér. Hier vlakbij. Kleine kinderen staan te trappelen bij de deur. Hebzucht kun je niet vroeg genoeg leren. En moeders en oma’s, die sparen ze, die hebbedingetjes, voor hun (klein)kinderen. Hoe meer hoe liever.
Er staat dan wel geen popidool op, want dat strookt niet met de mening van de manager. Dat is tegen zijn principes. Prima. Echter, zijn mening is niet erg “geaard”. Moeder aarde, de Natuur, ofwel de Schepping maakt dat niet zo veel uit: ples-stik met of zonder plaatje is toch gewoon ples-stik en als je het weer weggooit, dan breekt dat niet gemakkelijk af. Lees ook dit artikel over wat er gebeurt als plastic afbreekt.
Als volwassene heb je gelukkig wel een keuze: gelukkig is er nog een andere supermarkt! Zonder hinderlaag vol irritante ettertjes. En met deze week ietsje minder onnodige milieuvervuiling in de vorm van tijdelijk speelgoed. Behalve de gratis ples-stik tasjes dan. Die zijn er helaas nog steeds.
Het moeilijke is dat kunststof ook erg mooi spul kan zijn, niet alleen speelgoed. Contactlenzen zijn toch ook van kunststof en daar maak ik ook gebruik van. Of denk aan de medische wetenschap. Een nieuwe knie. De riolering waaruit water komt dat niet meer roest. Prachtig! We kunnen eigenlijk niet meer zonder en zouden dat ook niet willen. Echter, dat we eraan gewend zijn maakt ples-stik wel tot “normaal” maar zeker niet tot wenselijk. Maar dat zien heel veel menselijke kuddedieren nog niet in.
Wel ben ik blij met de afvalscheiding, waar je nu de mogelijkheid hebt om je ples-stik apart te houden. Zou die ples-stik zak daaromheen eigenlijk biologisch afbreekbaar zijn? Want dat staat er niet op…
Ik heb al een hele tijd een hekel aan ples-stik. Daar is een hele berg van. In de kaas waar het ples-stik verpakkings-materiaal al wat langer omheen zit proef ik het al. Bah. Dat is heel vies. Maar ik ben gelukkig niet de enige. Er zijn meer mensen die ples-stik niet zo fijn vinden. Daarom vond ik het zo leuk om mensen tegen te komen tijdens de Opschoondag die wat aan dat teveel aan ples-stik willen doen. Het teveel aan ples-stik op straat en in de struiken. Want behalve het nodige plastic, is er ook veel onnodig ples-stik. Te beginnen bij de o zo gemakkelijke gratis ples-stik boodschappen-tas. Die krijg je hier nog steeds voortdurend aangeboden in allerlei winkels. Die tasjes kun je ook weigeren, teruggeven, hergebruiken. Tasje eromheen? Nou, nee dank u, zeg ik dan, dat tijdschrift is toch al verpakt in ples-stik, dat hoeft dan toch geen twee keer? De uitdeelzakjes chips, verpakkingen in een verpakking, best handig uitdelen hoor, maar wel dubbel verpakt. Alweer in ples-stik. En dat komt allemaal uiteindelijk in het milieu. Ook heb ik gelezen over de plastic soep die in de oceanen is. Natuurlijk zei ik dan ook ja, toen ik gevraagd werd om mee te helpen. We hebben met zijn vieren een kraampje bemand en bevrouwd bij de opening van onze duurzame stadsboerderij. De gesprekken met de mensen die we aanspraken waren erg interessant en verrassend. Er zijn veel handtekeningen verzameld. Meer over de actie is te lezen op de website van PlasticTasVrij. Dan zie je meteen waarom ik ples-stik op deze manier schrijf, want vogels stikken er echt in. Je Eigen Tas (JET) meenemen scheelt weer een beetje, want de wereld verbeteren begint bij jezelf.
Hoe heette dat ene turkse jongetje ook al weer? Omar? Nee, wel zoiets: Osman. Ik kies toch voor de naam Omar, want dan kun je altijd nog O-Marietje er van maken, als het toch een meissie is. Osvrouw, dat klinkt toch niet? Maar hoe geef ik de kleine “Omarretje” nu te eten? Ik kon hem niet naar de Natuur en Vogelwacht brengen dus moest ik hem een dagje helpen overleven. De tips die ik van hen kreeg: via een injectiespuit waar je het puntje vanaf knipt kun je hem kleine zaadjes voeden. Die moet je wel eerst even laten wellen. Het was nog een heel gedoe. Parkietenzaad kon weliswaar ook gebruikt worden maar het wellen lukte niet. Koken loste dit niet op. Maar zo gauw zit ik niet voor een gat gevangen: de oplossing kwam van “Hirseflocken”, die ik ooit in Berlijn had gekocht voor in de muesli. In het Nederlands zijn dit gierstvlokken, al heb ik ze hier nog nooit gezien. Dit spul heb ik met een beetje water gekookt en dat werd een prima papje.
In de injectiespuit gleed het gierstvlokkenpapje er ook veel soepeler doorheen dan de zaadjes. Het is ons gelukt met zijn tweeën het beestje om de paar uur een voeding te geven. De volgende dag hebben we hem toch naar de Natuur en Vogelwacht gebracht en daar heeft hij nu drie nieuwe vriendjes, die al wat groter zijn. De injectiespuit hebben we daar ook gelaten. Ze zijn er blij mee, vooral omdat deze groot genoeg is om te gebruiken voor de grotere vogels met botulisme in de zomer. Die worden dan helemaal doorgespoeld. Ook het antibioticum voor Voochie, de grasparkiet, dat we nog over hadden, is daar gebleven en komt wel van pas. We hebben ook gezien hoe het voeden gaat. We waren nogal voorzichtig geweest. De spuit kon veel verder naar binnen dan we dachten. Zo schuif je het voer regelrecht de krop in.
Inmiddels zijn we twee weken verder en we kunnen vertellen dat Omar is gegroeid als kool. Inmiddels eet de vogel zelfstandig zaadjes. De zaadjes die ze gebruiken zijn kleiner dan parkietenzaadjes en er zitten ook zwarte zaadjes in. Misschien is het kanariezaad? Dit weten ze vast wel in een dierenwinkel, zelf had ik de informatie niet meer nodig, dus ik heb het niet gevraagd. Echt duivevoer is in elk geval veel grover.
Waarschijnlijk mag hij nog een weekje groeien tot hij vliegneigingen krijgt. Eerst gaat hij dan in de volière wat meer ruimte krijgen. Dan wordt hij uitgezet in de vrije natuur, waar het beestje thuishoort. In een week of vier is een klein vogeltje volwassen. Daarna kan hij wel vijftig jaar oud worden! Of zij, want ik denk eigenlijk toch dat dit beestje O-Marietje moet heten. Het beestje kijkt namelijk nogal zacht en lief uit de oogjes. Maar of dit echt zo is? Daarachter komen zal ik wel niet meer. Intussen vliegt het beestje nu ergens vrolijk rond.
De stellingen van de buren die hun huis aan het verbouwen waren werden ook al onderzocht door meesjes. Daarna ging hun aandacht naar de buis van onze satellietschotel. Hun poging tot huisvesting in deze buis heb ik hier gesaboteerd.
Inmiddels heb ik geleerd dat mensen vaak een jong meesje zien in hun tuin, dat zo zielig aan het fladderen is. Dat pakken ze dan op en brengen het naar de vogelopvang. Dit kun je beter laten! Deze fladderaartjes zijn nestverlaters. Ze moeten het toch een keertje leren? Bovendien voederen meesjes hun nakomelingen ook nog in de avond en dat kan men niet bij de vogelopvang…
Ik stel me zo voor, stel dat er nog een grotere soort zou zijn dan mensen, die zich een beetje met ons ging bemoeien. Grote Tyrannosaurus Rex pakt klein mensenkind op, want de stapjes zijn nog zo wankel…dat zouden wij toch ook niet willen? Een beter idee is het om de buren te vragen hun kat een belletje om te doen als je een nestje in de tuin hebt.
Wat is dat nou voor takke-herrie? Verder nog wat stam-gesteun en heel wat kroon-gekreun verder is het stelletje tortelduifjes dat zich net in de boom genesteld had volledig thuisloos geworden. De grote boom is geveld. Het moment daarvoor is echter niet zo handig gekozen, zo volop in het broedseizoen. Het ene duifje kwam net aanvliegen en kon nog net precies die ene tak met hun nestje zien sneuvelen. Dit moet toch aanvoelen als een natuurramp voor dat beestje. Het wordt toch uitzien naar een volgende leg, vrees ik. Raar om de vogel te zien landen op wat nog rest van de boomstam. Maar ook dat duurt niet lang, inmiddels is de hele boom al verdwenen. Gelijk gemaakt met de grond. We zien nu gelukkig nog een andere, kleinere boom staan.
Ik kon het toch niet laten en heb de heren die de boom hebben omgezaagd gevraagd naar het nest. De jonge vogel leeft nog en hij zit daar, ga maar mee, zei de man. En ja hoor, in een hoekje van de tuin-nu-zonder-boom zat het jong, een echte turkse tortel. Niet zo fijn om daar nou terecht te komen als je als vogel net te vroeg het nest uit gaat, vooral gezien het grote aantal katten in de buurt.
Lang verhaal kort, we hebben voorlopig een nieuwe huisgenoot! Nu nog leren hoe hem te voederen.
Advies kreeg ik inmiddels van de Natuur en Vogelwacht. De apotheek heeft me geholpen aan een enorm grote injectiespuit zodat ik hem gewelde zaadjes kan toedienen.



















