May 152011
 

Hoe heette dat ene turkse jongetje ook al weer? Omar? Nee, wel zoiets: Osman. Ik kies toch voor de naam Omar, want dan kun je altijd nog O-Marietje er van maken, als het toch een meissie is. Osvrouw, dat klinkt toch niet? Maar hoe geef ik de kleine “Omarretje” nu te eten? Ik kon hem niet naar de Natuur en Vogelwacht brengen dus moest ik hem een dagje helpen overleven. De tips die ik van hen kreeg: via een injectiespuit waar je het puntje vanaf knipt kun je hem kleine zaadjes voeden. Die moet je wel eerst even laten wellen. Het was nog een heel gedoe. Parkietenzaad kon weliswaar ook gebruikt worden maar het wellen lukte niet. Koken loste dit niet op. Maar zo gauw zit ik niet voor een gat gevangen: de oplossing kwam van “Hirseflocken”, die ik ooit in Berlijn had gekocht voor in de muesli. In het Nederlands zijn dit gierstvlokken, al heb ik ze hier nog nooit gezien. Dit spul heb ik met een beetje water gekookt en dat werd een prima papje.

In de injectiespuit gleed het gierstvlokkenpapje er ook veel soepeler doorheen dan de zaadjes. Het is ons gelukt met zijn tweeën het beestje om de paar uur een voeding te geven. De volgende dag hebben we hem toch naar de Natuur en Vogelwacht gebracht en daar heeft hij nu drie nieuwe vriendjes, die al wat groter zijn. De injectiespuit hebben we daar ook gelaten. Ze zijn er blij mee, vooral omdat deze groot genoeg is om te gebruiken voor de grotere vogels met botulisme in de zomer. Die worden  dan helemaal doorgespoeld. Ook het antibioticum voor Voochie, de grasparkiet, dat we nog over hadden, is daar gebleven en komt wel van pas. We hebben ook gezien hoe het voeden gaat. We waren nogal voorzichtig geweest. De spuit kon veel verder naar binnen dan we dachten. Zo schuif je het voer regelrecht de krop in.

Inmiddels zijn we twee weken verder en we kunnen vertellen dat Omar is gegroeid als kool. Inmiddels eet de vogel zelfstandig zaadjes. De zaadjes die ze gebruiken zijn kleiner dan parkietenzaadjes en er zitten ook zwarte zaadjes in. Misschien is het kanariezaad? Dit weten ze vast wel in een dierenwinkel, zelf had ik de informatie niet meer nodig, dus ik heb het niet gevraagd. Echt duivevoer is in elk geval veel grover.

Waarschijnlijk mag hij nog een weekje groeien tot hij vliegneigingen krijgt. Eerst gaat hij dan in de volière wat meer ruimte krijgen. Dan wordt hij uitgezet in de vrije natuur, waar het beestje thuishoort. In een week of vier is een klein vogeltje volwassen. Daarna kan hij wel vijftig jaar oud worden! Of zij, want ik denk eigenlijk toch dat dit beestje O-Marietje moet heten. Het beestje kijkt namelijk nogal zacht en lief uit de oogjes. Maar of dit echt zo is? Daarachter komen zal ik wel niet meer. Intussen vliegt het beestje nu ergens vrolijk rond.

May 132011
 

De stellingen van de buren die hun huis aan het verbouwen waren werden ook al onderzocht door meesjes. Daarna ging hun aandacht naar de buis van onze satellietschotel. Hun poging tot huisvesting in deze buis heb ik hier gesaboteerd.

Inmiddels heb ik geleerd dat mensen vaak een jong meesje zien in hun tuin, dat zo zielig aan het fladderen is. Dat pakken ze dan op en brengen het naar de vogelopvang. Dit kun je beter laten!  Deze fladderaartjes zijn nestverlaters. Ze moeten het toch een keertje leren? Bovendien voederen meesjes hun nakomelingen ook nog in de avond en dat kan men niet bij de vogelopvang…

Ik stel me zo voor, stel dat er nog een grotere soort zou zijn dan mensen, die zich een beetje met ons ging bemoeien. Grote Tyrannosaurus Rex pakt klein mensenkind op, want de stapjes zijn nog zo wankel…dat zouden wij toch ook niet willen? Een beter idee is het om de buren te vragen hun kat een belletje om te doen als je een nestje in de tuin hebt.

Feb 212011
 

paard Heerlijk ontspannen ligt het paard in het zand. Alleen even het hoofd optillen omdat ik dichterbij kom, meer actie is er niet. Zelden heb ik zo’n relaxt paard gezien. Er is dan ook niet veel werk voor het paard, want er zijn  weinig toeristen wanneer wij bij de piramides zijn. “Het is heel ver.”, wordt er geroepen. Welnee, niet op onze schoenen. Wij hebben al veel grotere afstanden gelopen dan even naar de piramides en weer terug en bovendien is de temperatuur best goed vandaag. “Do you want to know how much?” “Leh, choukran”, (no, thank you,) we willen niet op een paard of een kameel, want we lopen net gezellig te praten met die Argentijn die ons vergezelt vandaag. “Twenty pound, twenty pound only.” Ja, dat zal best. En als we al zin zouden gaan krijgen om te gaan paardrijden, dan vergaat ons de lust wel door het aandringen van de Egyptenaren. We komen tenslotte voor de piramides en de sfinx. We hebben netjes betaald en we zijn al gewend aan het zeuren en leuren. Na het toeristische Luxor kun je daar wel mee omgaan. Toch moet ik steeds aan dit paard denken nu de piramides ontoegankelijk waren de laatste tijd. Vooral de eigenaar zal het zwaar gehad hebben. Gelukkig zijn de piramides en de sfinx nu weer te bezichtigen  door toeristen. Over hoe het daar is ga ik nog een aparte post schrijven.

Jan 232011
 

Ooit vond ik hem zitten in een struik vlakbij de Merwelanden. Aan parkieten gewend, floot ik hem en ja hoor, hij kwam meteen op mijn wijsvinger zitten. Dat was ook meteen de laatste keer dat hij dat deed. Als je dat doet, verandert je leven namelijk en je weet maar nooit hoe. Met mijn andere hand omvatte ik voochie nadat ik mijn huissleutel als een soort bijtring had aangeboden. Een kwartiertje lopend naar huis had mijn wijsvinger dus geen last van voochie. De oude vogelkooi en andere benodigdheden voor parkieten waren snel uit de schuur gehaald en/of aangeschaft. Een honger dat het beessie had! En zo is voochie zeven jaren bij ons gebleven, behalve als hij ging logeren tijdens onze reizen.

Voochie heeft onlangs een soort kou gevat of een virus opgelopen. We hebben alles in deze situatie nog geprobeerd maar het mocht niet meer baten. Hij werd steeds zwakker en uiteindelijk heb ik hem tegen mij aan gelegd. Daar vandaan wilde hij nog een keer opstijgen, wat met grote schokken gepaard ging. Het leek op een laatste stuip. Kort daarna vertrok voochie naar de eeuwige gierstvelden.

We hebben zijn “jasje” begraven onder de struik waar hij mijn leven invloog. En nu is de cirkel weer rond.

Nov 222008
 

VoochieJe verwacht nooit dat het gebeurt: het onverwachte.

Maar het  is toch gebeurd: Ik had het een beetje warm van het stofzuigen en zette een raampje open.

Dat is al vijf jaar geen probleem met voochie, zelfs de hele buitendeur kun je openzetten in de zomer; voochie, onze grasparkiet, heeft toch wel zo zijn vaste routes.

Dacht ik.

Tot vandaag.

Voochie zag ineens een mogelijkheid: onder het klapraampje naar buiten toe te vliegen. Eerst landde hij op de grond en daarna vloog hij naar de schotelantenne.

Geen probleem tot dan toe. Voochie heeft toch wel zo zijn vaste gewoontes.

Dacht ik.

Maar we konden zo gauw de sleutel van de achterdeur niet vinden, vonden eerst de verkeerde, toen de goede en toen was voochie al aan het rondkijken geweest in de tussentijd.

En ja, toen gebeurde er iets onverwachts, wat je wel kunt verwachten in Nederland in november. Het begon plotseling te hagelen. Grote witte klonten bekogelden voochie ineens. Daarvan raakte voochie de weg kwijt. En hij nam de wijk. Met een enorme schuiver vloog hij zeker drie huizen verder, hoog de lucht in. Buiten ons zicht.

Wij erachteraan natuurlijk. Vergeefs. Uiteindelijk kwamen we de meest oplettende buurman van de buurt tegen, die ik het gebeurde meteen vertelde en vroeg of hij wou rondkijken naar een blauwgroengele parkiet. Dat zou hij wel doen.

In de tussentijd had Marcel nog een poging gewaagd, en ik had het uiteindelijk losgelaten, dat voochie nog ooit zou terugkomen, omdat het geen enkele zin had om de hele wijk te blijven doorkruisen. Hij kon intussen overal wel zijn. In zo veel achtertuintjes.

We hingen nog een kaartje op bij de Appie en een paar uur later keek ik -brainwave- net in de krant bij de afdeling gemiste huisdieren en had net gebeld naar de stichting Amivedi. Belt de oplettende buurman aan. Hij had voochie gehoord! Hij zat in een hele hoge boom. Wij meteen mee met hem, ik op mijn tuinklompjes. En ja hoor, voochie reageerde op onze fluitgeluidjes.

Tja wat nu, kooitje gehaald, ladder van de buurman vragen overwogen, zullen we de brandweer bellen, dat is erg duur, wel een paar honderd euro, affijn, de voorbijgangers bemoeiden zich met ons, rare omhoog kijkende mensen, die voochie aan het nadoen waren.

Uiteindelijk is de vogel weer gevlogen, meteen weer over de huizen aan de overkant heen. Zodat Marcel dan maar een brandgang nam en ik op mijn tuinklompjes helemaal moest omlopen met die kooi, de dijk op. En daar hoorde ik voochie weer. Marcel ontdekte hem intussen ook, stonden we daar ineens samen tegenover voochie met daartussen: de sloot …

Marcel zou hem daar in de gaten houden en ik moest in die tuin aan de overkant zien te komen, dus liep ik op mijn tuinklompjes om en belde aan bij die mensen. Hele lieve mensen, ze waren zo gastvrij dat een meisje zelfs blokjes kaas ging snijden voor het voochie! Helaas had voochie weer een hoog plekje in een grote struik en hij maakte ook geen aanstalten om nou eens naar beneden te kijken laat staan om naar zijn kooitje te gaan.

Dus ben ik op de tuintafel geklommen van die mensen, maar die was zo glad van de hagel dat ik mijn klompjes en sokken wel moest uittrekken, anders had ik geen grip gehad. Koud! Het bleek zinloos, uiteindelijk heb ik toch maar een beetje aan de boom geschud en Marcel zou extra opletten, dus voochie vloog weer weg, richting ons huis en zelfs iets verder en landde uiteindelijk op het balkon van een helaas leegstaand  huis. Dat zou wel eens lastig kunnen zijn, wie doet daar nu open?

Het gaf inderdaad nog wat moeite om daar te geraken, omdat je niet weet aan de buitenkant wat nou het nummer van de tweede verdieping is, ook heeft de flat daar een heel aparte beveiligde manier van aanbellen, maar Marcel was in de tussentijd al aan de praat geraakt met de aanstaande bewoners van die flat, die daar aan het opknappen waren en de schilder had het voochie daar snel gevangen op dat balkon. Of ie niet onder de witte verf zat. Och, een beetje terpentine doet wonderen… haha.

Het is wel even wennen in de nieuwe wijk, vonden de nieuwe mensen. Ze hadden vanmorgen al iemand van zijn fiets zien vallen. En nou liep er ineens weer iemand met een vogelkooi voor hun flat te zwaaien. Dat is inderdaad best raar, daar kunnen wij wel inkomen. Straks komt er nog iemand langs met een bankstel, oma kwijt, zei Marcel. Haha. Maar wij, geluksvogels, hebben voochie weer terug!